Naam met een verhaal

Uitgelicht

Stafmuzikant 5e Regiment Infanterie.

Petrus Johannes Hubertus Smeels


13.01.1883 Bronzen medaille, 13.01.1895 Zilveren medaille,

Beroep, stafmuzikant bij het 5e Regiment Infanterie. 
16.04.1870 soldaat 3e klasse; 16.11.1875 Eleve(leerling)-muzikant;13.01.1877 1e Chevron (soldaat 2e klasse); 19.01.1878 Tamboer; 01.07.1878 Elevemuzikant; 13.01.1889 2e Chevron (soldaat 1e klasse); 01.04.1905 Muzikant(korporaal).
13.01.1883 Bronzen medaille, 13.01.1895 Zilveren medaille, 28.08.1897 bij Koninklijk Besluit Nr.30 de Eremedaille in goud in de Orde van Oranje Nassau Orde met de gekruiste zwaarden toegekend, 13.01.1901 Onderscheidingsteken 30 jarige dienst toegekend,16.04.1906 Gouden medaille

Gala-uniform bij pensionering

Voor meer uitgebreide gegevens  http://www.smeels.nl/

Afrikaanse Roots

Wilhelmina Cornelia Henrietta Maria Tweehuijzen

Dit is de oudste foto in de lijn van Afrikaanse voorouders, Wilhelmina Henrietta Maria Tweehuijzen. Als in je haar lijn terug gaat naar haar voorouders kom je terecht in in het Fort d’ Elmina Guinea, het tegenwoordige Ghana.
Als je er van uit gaat dat één van haar voorouders steeds volledig Europees waren dan is Wilhelmina voor 1/8 Afrikaans.

Wie zijn haar voorouders?
Wat begint in Groningen.

In 1621 werd de West Indische Compagnie opgericht met doel om vooral handel te drijven tussen Afrika, Zuid Amerika en Nederland.
In Zuid Amerika werd vooral rietsuiker verhandeld. Uit de Afrikaanse gebieden kruiden en specerijen maar is vooral bekend geworden van de slavenhandel. Eén van de beruchtste forten was Elmina in Ghana.

Fort Elmina aan de kust van Ghana

Bij de oprichting van de WIC werden er zogeheten kamers ingesteld welke voor een deel eigenaar is van de WIC en ook naar verhouding in de wist deelde. Eén van die kamers was stad en Ommelanden welke beheerd werden door de noordelijke provincies en waarvan Groningen het grootste aandeel bezat.

6-10-1777 Willem Smit zoon van Wigger Hendriks en Geesje Willem Smit. In 1805 wordt de naam Jongbloed toegevoerd aan de naam van zijn vader.

In de Martinikerk te Groningen wordt Willem Smit gedoopt op maandag
6 oktober 1777. Zijn vader Wigger Hendriks is dan al overleden. Waarschijngelijk is er daarom niet de achternaam Jongbloed toegevoegd en hij de achternaam van zijn moeder krijgt Smit. Op 3 jarige leeftijd overlijdt ook zijn moeder Geesje Willem Smit. Er staat in het begrafenissen boek overleden op 07-07-1781 als weduwe van Wigger Hendriks Jongbloed.

Je ziet dat Willem de naam van zijn vader heeft toe gevoed aan zijn eigen achternaam Smit Jongbloed.
Op 8 november 1805 trouwt Willem Smit Jongbloed met Marina Susanna Cande geboren in 1776. In dat zelfde jaar laat hij de naam Jongbloed toevoegen bij de naam van zijn vader in zijn geboorte register. Het zou goed kunnen dat dit gelijk is gedaan bij een aanvraag van een geboortebewijs voor zijn huwelijk.

Alle achternamen Smit Jongbloed stammen af van deze Willem. Hij is de gene die Jongbloed heeft toegevoegd aan Smit.

Hoe Willem in Elmina in Ghana terecht is gekomen is nog een zoekplaatje.
In ieder geval leverde Groningen afgezanten en benamingen aan WIC. Dan is het goed mogelijk dat Willem ook voor de WIC heeft gekozen.
In Elmia had Willen vrij hoge posities als Gouvernement secretaris en provisioneel magazijnmeester. Een verklaring zou kunnen zijn is dat zijn moeder Geesje Willems op 12 mei 1778 ook stiefmoeder is van Warner Hoving die gaat dan trouwen met Anna Jans Broos.
Het zou goed kunnen dat 3 maanden later na het overlijden van Willen zijn moeder Geesje Willems Smit hij bij zijn stiefbroer is gaan wonen.
Warner is Rentmeester en het zou goed kunnen dat Willem hem daar in is gevolgd.

Elmina St. George Guinea (Ghana)

Willem Smit Jongbloed komt op Elmina aan. Wanneer is nog niet precies bekend. Zijn eerste kind is in december 1776 geboren hij was toen 19 jaar oud. Willem heeft daar verschillende functies. Magazijnmeester en lid van de raad van justitie.

In de onderstaande notulen van het staatsbewind der Bataafse Republiek mei – augustus 1804 op 9 juli staat dat Willem Smit Jongbloed, Lid van Justitie, en magazijnmeester te St. George d’ Elmina Guinea een aanvraag doet om 2 kinderen door hem verwekt bij een vrouw van landsaard een legitimatie te verstrekken.

Onderstaand rechter kolom
Een jaar later op 1 juli 1805 gaat h
et verzoek van Willem Smit Jongbloed naar het Nationaal Gerechtshof. Hierin wordt beschreven wat zijn functie was, Lid van de kleine raad en magazijnmeester te St. George d’Elmina op de kust van Guienea, maar zich hier in Den Haag bevind. Verzoekt, met aangevoerde redenen, brieven van legitimatie voor twee kin derden verwekt buiten de echt bij Janniba Mansholdt aldaar. Met de namen Hendrik en Willem.
In een vergadering wordt besloten om een favorable voordracht te doen. Of te wel een gunstige advies af te geven.

15 dagen later op 16 juli 1805 is er een besluit genomen dat de kinderen legitimatie papieren krijgen. Waarin staan dat zij in de goede en bloede worden verklaard als echte zonen van Willem Smit Jongbloed en Janniba Manscholdt als waar het zelfde als ze binnen een huwelijk geboren waren.
Nu worden ook de geboortedatums genoemd.
Hendrik Smit Jongbloed 31 december 1796
Willem Smit Jongbloed 1 juli 1801.

Over het kind Willem Smit Jongbloed welke geboren is op 1 juli 1801 is niks meer te vinden. Vermoedelijk is hij al vroeg overleden.
In de begrafenis boeken van de Wester kerk in Amsterdam kom je op 27-01-1809 tegen het overlijden van een ongedoopt kind van de vader Willem Smit Jongbloed. Dit zou heel goed de zoon zijn uit St. George d’Elmina op de kust van Guienea.

Willem Smit Jongbloed 33 jaar, de vader, trouwt in Amsterdam op 08-11-1805 met Maria Susanna Cande 29 jaar.

Compareerden Willem Smit Jongbloed uit Groningen oud 33 jaren, woont in de nieuwe Leliestraat nr 35. Met papieren van zijn overleden ouders Wigger Hendriks Jongbloed en Geesje Willems Smit.
Maria Susanna Cande uit Amsterdam 29 jaren.

Op 6-02-1810 komt Willem Smit Jongbloed te overlijden 42 jaar oud.
4 jaar 3 mnd getrouwd met Maria Susanna Cande. Zij kregen samen 3 kinderen, Johanna Gezina, Charles Guillaume en Pieter.

Hendrik Smit Jongbloed 1/2 Afriaans

2de generatie

Hendrik Smit Jongbloed geboren op 31 december 1796 te St. George d’Elmina op de kust van Guienea is de oudste zoon van Willem Smit Jongbloed en Janniba Manscholdt de Afrikaanse vrouw.
Hendrik trouwt op 12 novenber 1823, 26 jaar oud met Cornelieja Kristina Sluiter geboren 20 januari 1793.

Hendrik Smit Jongbloed, kantoorbediende geboren te St George d’Elmina aan de kust van Guinea, wonende alhier, oud 27 jaren, zoon van Willem Smit Jongbloed en Janniba Manscholdt, beide overleden.
Cornelieja Kristina Sluiter, dienstbode, wonende alhier, oud 30 jaren, dochter van Baltus Sluiter en Antje Sleeswijk, beide overleden.

Hendrik is kantoor bediende dat betekend dat hij een aardige functie heeft waarschijnlijk op voordracht van zijn vader. Zijn handtekening ziet er na uit dat hij die regelmatig gebruikt.

Kinderen

Hendrik krijgt 2 kinderen samen met Cornelia te Amsterdam
Wilhelmina Cornelia Henrietta Smit Jongbloed 20 juli 1828
Willem Hendrik Smit Jongbloed 10 januari 1829
Beide 1/4 Afrikaans

Hendrik overleden

De overlijdens datum is nog niet gevonden, ieder geval voor 15 mei 1833,
maar wel het onderstaande;

In de militieregister 1848 van de zoon Willem Hendrik Simt Jongbloed staat iets opmerkelijks. Bij de namen van zijn ouders Hendrik en Cornelieja staat dat die zijn overleden. Bij de naam en de woonplaats van de voogd staat: Regenten van het Burgerweeshuis. Zijn beroep keermaker.
Op 15 mei 1833 trouwt de moeder van Willem Hendrik, Cornelieja Kristina Sluiter met Adrianus Kleine. In de akte wordt vermeld dat zijn vader Hendrik Smit is overleden.

Gegevens uit het Militieregister van Willem Hendrik Smit Jongbloed. Onder 4. Regenten van het Burgerweeshuis.
Als zijn moeder hertrouwd in 1833 staat er in de trouwakte Weduwe van Hendrik Smit Jongbloed

De kinderen Wilhelmina en Willem Hendrik waren 4 en 3 jaar toen hun moeder weer hertrouwde. Het kan goed dat de moeder niet voor de kinderen kon zorgen. Wat ook meegespeeld kan hebben dat de 1/4 bloed kinderen haar geen goede huwelijks kandidaat maakte.

Wilhelmina Cornelia Henrietta Smit Jongbloed 
1/4 Afrikaans

3de generatie

Wilhelmina Cornelia Henrietta Smit Jongbloed geboren op 20 juli 1828 te Amsterdam.
Zij trouwt op 23 februari 1853 met
Jean Chretien Matthieu Tweehuijzen geboren 21 februari 1816 te Amsterdam.
In de trouwakte staat dat Wilhelmina dienstbode is. En op de plaats waar ze moet onderteken; Uitgezonderd de echtgenote die verklaarde niet te kunnen schrijven. Ze heeft niet leren schrijven in het weeshuis.
Als getuige is ook haar broer Willem aanwezig die wel kan schrijven.

Jean is ook in het Wale weeshuis opgegroeid dit huis was speciaal opgericht voor wezen van Waalse afkomst.

Wordt benoemd in militie aanmelding in 1829

De Franse voornamen Jean Chretien Matthieu komen van zijn moeder Maria Buisfet (Buisset). De naam Buisset komt veelvuldig voor in de Waalse gemeente van Leiden en Amsterdam. Zij zijn Waals Hervormt.
Zijn vader en moeder trouwen 4 januari 1805 in Amsterdam
Christoffel Tweehuijsen van Diemermeer 48 jaar oud woont op de kruising Berenstraat en Filix Meritis
Maria Buisset (Buisfet) van Amsterdam 29 jaar oud woont op de rosengracht. De ambtenaar schrijft Buisfet zij tekend met Buisset.
Van Cristoffel is nog te vermelden dat hij opperchirurgijn was in dienst van de VOC.


Op 25 november 1788 met het schip de Schoonderloo naar Batavia vertrokken 19 juni 1889 aangekomen. Terugreis 1 december 1891 met het schip Mentor aankomst 10 juli 1892.

Kinderen

Wilhelmina Cornelia Henrietta Maria Tweehuijzen 14 december 1853
Jean Crétien Matthieu Tweehuijzen 7 april 1856
Christina Wilhelmina Tweehuijzen 1 juli 1858
Willemina Cornelia Tweehuijzen 1 december 1860
later woonde er ook nog een kleinzoon in
August Karel 2 oktober 1877 zoon van Christina
Deze kinderen zijn 1/8 Afrikaans, August Karel 1/16
Alle kinderen zijn in Amsterdam geboren

Woonde op de
lindegracht/Schuitenmakergang 68 3/77
Lindegracht 65 8/74 oostkamer

Wilhelmina Cornelia Henrietta Maria Tweehuijzen
1/8 Afrikaans

4de generatie

Wilhelmina Cornelia Henrietta Maria Tweehuijzen geboren 14 december 1853 te Amsterdam.
Wilhemina is geboren aan de Lindegracht 65 8/74 oostkamer
Groeide op in de Schapensteeg 97, 1855, dit huis stond op de plek waar nu de bioscoop Tuschinski staat. Deze buurt werd ook wel aangeduid als Duvelshoek vanwege de grote armoede die er heerste. Door de vele gangen en stegen met kleine huizen kamen er maar weinig buitenstaanders.
Via de Kerkstraat 245 kwam de familie in de Pijp te wonen op de Saenredamstraat 48, 1878.

Op 4 maart 1874 trouwt Wilhelmina Cornelia Henrietta Maria Tweehuijzen met Johannes Bernardus Bartholomeus Wijsman geboren op 22 maart 1847
Johan is kantoor loper en bakkers knecht en bakker

Zij woonde op de
Kerkstraat 239 maart 1874
Saenredamstraat 52 jan 1878
Saenredamstraat 37 mei 1878
Gerard Doustraat 13 juli 1880
Frans Halsstraat 81 okt 1880
Frans Halsstraat 110 okt 1885
Gerhard Doustraat 160 mei 1890
Ruijsdaalkade 194 nov 1896
Gerhard Doustraat 81 nov 1897
Gerhard Doustraat 10 nov 1901
Baltazar Florisstraat 57 april 1904
1e van der Helstraat 37 dec 1904
1e van der Hellstraat 57 nov 1905

Kinderen

P. Marinus Wijsman 5 september 1874 overleden tweeling
Gerardus Hendricus Johannes Wijsman 5 september 1874
Johannes Christoffel Mattheus Wijsman 24 augustus 1876
Wilhelmina Cornelia Henriette Maria Wijsman  14 juni 1879
Antonius Albertus Bernardus (Toon) Wijsman 2 september 1882
Catharina Johanna Jacoba Wilhelmina Wijsman 7 oktober 1885
Willem Hendrik Wijsman 7 februari 1889
Bernardus Johannes Wijsman 27 december 1891
Albertus Antonius Wijsman 20 december 1894
deze kinderen zijn 1/16 Afrikaans

Antonius Albertus Bernardus Wijsman
1/16 Afrikaans

5de generatie

Antonius Albertus Bernardus Wijsman geboren 2 september 1882 te Amsterdam in de Frans Halsstraat 81
Gedoopt in de Westerkerk op 24 september 1882.
Toon is kruier besteller en gevangenisbewaarder.
Hij vervulde zijn dienstplicht bij de Jagers en Grenadiers in Den Haag. Werkte bij Klein expeditie. Na zijn huwelijk wordt hij bewaarder in de koepel gevangenis in Haarlem.

Antonius Albertus Bernardus Wijsman trouwde op 10 april 1907 met Anna Geertruida Maria Smeels geboren op 7 september 1881 in ’s-Hertogenbosch. komt uit Amersfoort en is dienstbode in Amsterdam.

Anton woont met zijn gezin op diverse adressen in Haarlem. Bij zijn betrekking hoort ook een dienstwoning.
Oostvest 4 dienstwoning  24 april 1907
Haarlemmerliedestraat 40 14 nov 1907
Oostvest 4, dienstwonong 28 okt 1910
Oosterstraat 14 dienstwoning 7 juli 1914
Oostvest 18. dienstwoning 4 okt 1918
Harmenjansweg 1 rood 1939

Kinderen

Antonius Albertus Bernardus Wijsman21 januari 1907 Amsterdam
Johannes Jacobus Bartholomeus Hendrikus Wijsman 20 december 1908 Haarlem
Frederika Hermance Wilhelmina Johanna Wijsman 26 september 1913 Haarlem
levenloze zoon 9 augustus 1923
deze kinderen zijn 1/32 Afrikaans (!)

Antonius Albertus Bernardus Wijsman is geboren voor het huwelijk van zijn ouders en word erkend met huwelijk. In zijn geboorte akte heeft hij de achternaam van zijn moeder, Smeels.

Nu kan het zo zijn vader ook zijn biologische vader is en het kind voor het huwelijk is geboren. Nu blijkt dit niet zo te zijn. Op de foto’s van deze kinderen is duidelijk te zien dat er 1 jongetje lang blond haar heeft en zijn broertje en zusje zwart haar hebben zoals op deze foto uit 1911.

Links Johannes Jacobus Bartholomeus Hendrikus Wijsman
rechts Antonius Albertus Bernardus Wijsman

Wie wel de vader is, is officieel niet bekend. Genetisch onderzoek zou dit kunnen uitwijzen. Een vermoeden is er wel. Antonius (Ton) heeft alle kansen van zijn stiefvader gekregen die hem altijd heeft gesteund.
Dat betekend gelijk ook dat mijn opa en ik geen Afrikaanse roots hebben en ik verder zal gaan bij zijn broer Jan.

Johannes Jacobus Bartholomeus Hendrikus Wijsman
1/32 Arikaans

6de generatie

Johannes Jacobus Bartholomeus Hendrikus Wijsman 
geboren op 20 december 1908 te Haarlem op de
Haarlemmerliedestraat 40.
Jan wordt poltie agent in Den Haag. Daar leert zijn vrouw kennen Bertha Auguste Lorenz geboren op 6 september 1912 in Botrop Duitsland. Zij was dienstbode in Den Haag . Trouwde op 4 november 1933

.

Wonende in Den Haag:
17-02-1930 Soestdijkschekade 520
06-03-1931 Soestdijkschekade 296
07-11-1932 Soestdijkschekade 520
31-01-1933 Soestdijkschekade 514
15-11-1933 Hulshorststraat 179
28-01-1935 Hulshorststraat 156.

Kinderen

Antonius (Ton) Wijsman, geboren 1936
Berta Auguste Wijsman geboren 14 augustus 1934
Antonius Friedrich Johannes (Jan) Wijsman, geboren 12 januari 1939
Frederik (Frits) Wijsman geboren 1940
Deze kinderen zijn 1/64 Afrikaans

Ton, Berta, Jan en Frits Wijsman
1/64 Afriaans

7de generatie

Ton, Berta, Jan en Frits

Zij hebben ook kinderen en kleinkinderen welke de 8ste, 9de en 10de generatie zijn van de Afrikaanse ouder Janniba Mansholdt

Niet alleen deze stamboom maar vele stamboomlijnen zullen uiteindelijk uitkomen bij Janniba Mansholdt en Willem Smit Jongbloed in 1770 St Georgetown fort Elmina in Ghana.

Gevangenis bewaarder Koepel Haarlem

“Gaat u maar zitten het is niet voor levenslang”

Antonius Albertus Bernardus Wijsman 02-09-1882 / 01-06-1970
een gevleugelde uitspraak als hij buiten zijn werk een stoel aan bood.

Voor Toon heb ik bewondering gekregen, er werd altijd positief over hem gesproken. Zijn oudste zoon (mijn opa) heeft hij erkend. Waar wat geheimzinnigheid om is. Hij heeft geen enkel verschil gemaakt tussen zijn kinderen en heeft mijn opa alle gelegenheid gegeven om door allerlei opleidingen zich te ontwikkelen. Hier kom ik terug in een ander verhaal.

Toon Wijsman

Toon is geboren op 2 september 1882 in de Frans Halsstraat 81 Amsterdam
Zoon van:
Johannes Bernardus Bartholomeus Wijsman en
Wilhelmina Cornelia Henriëtta Maria Tweehuijzen

Gedoopt in de Westerkerk op 24 september 1882

Toon woonde bij zijn ouders op de Frans Halsstraat 81,
Frans Halsstraat 110, Ruysdaelkade 145, Gerard Doustraat 10 en Gerard Doustraat 160, van der Helstraat 37.

Eind 1901 werd Toon opgeroepen voor de militaire dienst voor de loting van 1902. Bij de inschrijving staat dat hij broederdienst, omdat hij al 2 oudere broers heeft, Gerhard en Johan. Als beroep staat werkman.
Door loting is hij toch tot den dienst aangewezen om zijn dienstplicht te vervullen. Van 10-03-1902 tot 25-07-1903 is hij ingedeeld bij de Jagers en Grenadiers in de Oranje kazerne in Den Haag.
Van 09-09-1907 tot 26-09-1907 komt hij op voor herhaling.

10 April 1907 trouwde Toon met Anna

Antonius Albertus Bernardus Wijsman trouwde op 10 april 1907 met Anna Geertruida Maria Smeels geboren op 7 september 1881 in ’s-Hertogenbosch. komt uit Amersfoort en is dienstbode in Amsterdam.

Hier is wat vreemds aan de hand, bij het huwelijk werd de zoon van Anna erkend. Geboren op 21 januari 1907 als Antonius Albertus Bernardus Smeels.
Zelfs hun trouwdag werd gevierd alsof ze een jaar eerder waren getrouwd.
Hier kom ik terug in een ander verhaal.

Familieboekje 10 april 1907 trouwde Toon met Anna Geertruida Marie Smeels

Sollicitatie naar bewaarder in de strafgevangenis

Anton is pakhuisknecht in Amsterdam als hij eind 1906 solliciteert op de functie van bewaarder in de koepel strafgevangenis in Haarlem.
Hij wordt aangenomen en gaat om maandag 15 april 1907 beginnen met zijn werk in Haarlem. 5 Dagen eerder is hij in Amsterdam getrouwd met Anna Smeels.

In verband met Uwe sollicitatie naar de betrekking van bewaarder nodig ik U uit op Vrijdag 14 December e.k. (eerst komende) des voormiddag te 10 ure bij mij aan te melden ten zijnde door het College van Regenten op Uw verzoek te worden gehoord en geneeskundig te worden onderzocht. Gaarne verneem ik per ommegaande of U aan deze oproeping gevolg zult geven.
De Directeur Koderitsch
Toon rechts achter de directeur

Anton woont met zijn gezin op diverse adressen in Haarlem. Bij zijn betrekking hoort ook een dienstwoning. In de eerste jaren is die nog niet beschikbaar waardoor hij een extra toelage krijgt om een woning te huren.
Als er eenmaal een dienstwoning beschikbaar is verhuist hij regelmatig van dienstwoning welke allemaal rond de koepelgevangenis zijn gebouwd.
24-04-1907  Oostvest 4; dienstwoning
14-11-1907 Haarlemmerliedestraat 40 zwart; 
28-10-1910 weer naar de Oostvest 4, dienstwonong
07-07-1914 Oosterstraat 14 rood. dienstwoning
04-10-1918 Oostvest 18. dienstwoning 
1939 Harmenjansweg 1 rood.

In Haarlem werden nog 3 kinderen geboren waarvan er één levenloos is geboren

Kinderen;
Antonius Albertus Bernardus 21 januari 1907 Amsterdam
Johannes Jacobus Bartholomeus Hendrikus 20 december 1908
Frederika Hermance Wilhelmina Johanna 26 september 1913
levenloze zoon 9 augustus 1923

Gezin van Toon
vlnr Jan, vader Toon, Tonni, oma Tweehuizen, Riek, moeder Anna

BESLUIT: per 1 september 1908 in vaste dienst

Na 1 jaar en 5 maanden benoeming tot bewaarder, hij was, thans tijdelijk als zodanig in dienst

BESLUIT: te benoemen tot bewaarder 2de rang

groepsfoto, datum op foto 15 april 1930 (precies 23 jaar in bewaarder)
onderste foto 6 juni 1935

Wij Wilhemina, bij gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje- Nassau, enz., enz., enz.

In augustus 1937 werd in voordracht van de minister van Justitie Anton voorgedragen voor de order van de Oranje Nassau in Brons. Dit omdat hij 30 in dienst was als bewaarder in de strafgevangenis de Koepel in Haarlem.

’40-’45

Toon was tijdens de inval en de bezetting nog steeds bewaarder inmiddels eerste klasse. Plichtsgetrouw bleef hij zijn werk uitvoeren.
Met de bezetter had Toon niet veel op. Hielp zijn zoon met onderduiken om aan de arbeitseinsatz te ontkomen.
De gevangen veranderen van de ouderwetse bajesklant naar vastgezet door de Duitsers. Om hier niet meer deel van uit te maken is hij per 1 september 1943 met vervroegd pensioen gegaan op 61 jarige leeftijd. Hij kreeg een invaliditeitspensioen wegens gebreken. Of dit werkelijk zo was of een excuus is de vraag. Zeker omdat hij na de bevrijding zijn werk weer oppakte.

Toon zijn pensioenbewijs. Het kranten artikel wat hij heeft bijgevoegd gaat over zijn “bevroren pensioen geld”.

Wel is naar de bevrijding door Justitie gevraagd om zijn beroep weer oppakken te pakken om politieke gevangenen te bewaken door betrouwbaar personeel. Dit heeft Toon gedaan.
Dit gaf hem extra bijverdiensten, alleen werd er gelijktijdig zijn pensioen tegoeden bevroren door het ABP (voor iedereen om te kunnen controleren of dit rechtmatig verkregen was). Uiteindelijk hield hij er minder aan over. Een tweede verzoek om in te vallen heeft hij beleeft afgewezen met de mededeling dat ze dood konden vallen!

Aantekening op zijn persoonsbewijs om zijn bevroren geld om te wisselen.
ingeleverd vijf biljetten à f 100.- INCASSO BANK gevestigd te Amsterdam kantoor HAARLEM

Zijn gepensioneerde leven

Ik heb zelf mijn overgrootvader niet heel bewust mee gemaakt. Enkele herinneringen zijn er nog wel. Maar dan vooral over het verzorgingshuis waar hij woonde met uitzicht. Er is nog wel een leuke foto met de 4 generaties Wijsman naast elkaar.

vlnr Franciscus Antonius (Frans 0 jaar), Adrianus Wilhelmus Johannes (Ad 25 jaar),
Antonius Albertus Bernardus (Ton 59 jaar), Antonius Albertus Bernardus (Toon 80 jaar)
foto 30 jarig huwelijk van Antonius Albertus Bernardus en Anna Maria Vollaerts 5-7-1963

Mijn vader en tantes vertelde over hun opa, als ze samen in Haarlem door de stad of het park liepen dat hij dan regelmatig aangesproken werd, Hallo meneer Wijsman, hoe is het met u. Er was dan altijd wel een vriendelijk gesprekje over hoe het nu gaat. Hij vertelde dan aan zijn kleinkinderen dat het iemand van zijn werk was. Zij begrepen dan ook wel dat dat ex gedetineerde waren.

Zo schreef mijn opa in een voordracht op rijm voor het 50 jarig huwelijk voor zijn ouders en twee keer refereerde hij aan het beroep van zijn vader, gevangenisbewaarder:

Met dat al was opa nog steeds bij de expeditie
Maar voelde eigenlijk meer voor een baan bij de justitie
Hij was voor geen kwaje risico’s bang
En werd in Haarlem cipier, tweede rang
En betrekkelijk al heel gauw
Kwam er een streepje meer op zijn mouw
Eerste klas was voortaan zijn kwaliteit
Zowel in rang en mentaliteit
Door directie en collega’s werd opa gerespecteerd
Maar ook door zijn bajesklanten werd hij hoog vereerd
Zijn plicht ging met menslievendheid gepaard
Zo werd opa zelfs in de boevenwereld vermaard”
….
“Intussen ging opa met pensioen
Maar al gauw had justitie opnieuw wat voor hem te doen
Voor bewaking van politieke delinquenten
Dat leverde heel wat extra centen
Maar toen zat de belasting te azen
Op die extra verdiensten en nam opa te grazen
Dat overkwam opa geen tweede keer
En toen ze hem opriepen nog eens weer
Om als bewaarder in te vallen
Toe verklaarde hij, dat ze dood konden vallen”

Toon bleef tot op hoge leeftijd met het openbaar vervoer reizen.

Overleden zijn vrouw 84 jaar. Anna Geertruida Maria Smeels 07-10-1881 / 27-12-1965
58 jaar getrouwd

Overleden 87 jaar. Antonius Albertus Bernardus Wijsman 02-09-1882 / 01-06-1970

2000 Rupiah = € 00.14

Renée en Pieter samen een eigen bankbiljet

Zowel Renée als Pieter hebben elk een Indonesisch bankbiljet van 1000 (Seribu) Rupiah welke verbonden is aan hun familiegeschiedenis in het voormalig Nederlands Indië.
Op de biljetten staan Pattimura en Tjut Meutia afgebeeld. Dit zijn voor de Indonesiërs vrijheidsstrijders en helden van Indonesië.
Voor Renée en Pieter zijn dit de verantwoordelijke voor de moord op familieleden van hun voorouders.

Pieter zijn voorouders waarvan een broer
Johannus Rudolphus van den Berg
met zijn gezin is om het leven is gebracht

17 mei 1817 werd Johannus Rudolphus van de Berg resident van Saparoea met zijn gezin om het leven gebracht.

Batavia onder Engels gezag

Wat vooraf ging:
Na de bezetting van Nederland door de Fransen werd in 19 januari 1795 de Bataafse Republiek uitgeroepen. Dit betekende gelijk dat Indië ook onder Frans gezag kwam te staan.
De vader van Johannes, Johannes Gerardus van den Berg, aangesteld als resident van de sultan van Jogjakarta en 1ste resident van Soerakarta. Keerde in 1806 zeer gefortuneerde terug in vader Nederland.
Terug in Nederland neemt de vader van Johannes als Oranjegezinde met vier ander contact op met prins Willen Frederik van Oranje-Nassau, de latere koning Willem I, om met een geheim plan om met behulp van de Engelsen Java en Indië weer onder Nederlands gezag te plaatsen.
Door tegenslagen, tegen gehouden door de Franse Douane, bedorven Duitse rijnwijn (gift van de prins, om bij te dragen in de kosten), opgebracht door de Engelse Marine, tegen werking door de Engelsen, met de koop van een Brik (zeilschip) onderhoudskosten, 40 koppige bemanning, liepen de kosten zo hoog op dat de vader van Johannus van de tocht afzag en zijn aandeel verkocht. Daar in tegen ging zijn schoonzoon Robbert Christiaan Nicolai d’Abo en dochter Anna Louise van den Berg wel mee.
Wonderwel lukte het de delegatie om Java met behulp van de Engelsen weer onder Nederlands gezag te krijgen.

Door de loyaliteit van zijn vader werd Johannus Rudolphus van den Berg bij Koninklijk Besluit van 9 februari 1815 benoemd tot ambtenaar der derde klasse voor de dienst in Oost-Indië.
Bij aankomst in Batavia 8 augustus 1816 werd het al gauw duidelijk dat hij promotie had gemaakt als resident van Saparoea waar hij op 15 maart 1817 aankwam.

Enkele dagen daarvoor was er een commissie op Saparoea geweest met de mededeling dan het 400 tellende Ambonezen Corps opgeheven zou worden ivm geld gebrek. Wat niet in goede aarde viel omdat hun broodwinning en aanzien wegviel.
Bij het aantreden van Johannes trok hij de touwtjes behoorlijk aan. Onderwijs moest voortaan door de inlanders zelf verzorgt en betaald worden, wat voorheen dominees verzorgden. Straffen werden verkeerd gegeven. Hierdoor raakte de bevolking zo in onmin en beraamde een aanval op het gezag.

Fort Duurstede

Sergeant-majoor Thomas Matulesia nam de leiding en bestormde op 16 mei 1817 de resident Johannus Rudolphus van den Berg. Samen met zijn vrouw en kinderen vlucht Johannus het naastgelegen fort Duurstede binnen. De bewaking van 19 man was slecht bewapend en was geen partij voor de aanvallers. Rond 3 uur ’s middags viel het fort en werd iedereen de soldaten de regent Johannus Rudolphus van den Berg zijn vrouw Johanna Christina Umbgrove, zijn kinderen Johannes Gerardus en Johannes Rudolph werd vermoord.

Jean Lubbert van den Berg

Eén overlevende de oudste zoon Jean Lubbert van den Berg 5 jaar oud wist zich zwaar gewond te verstoppen in een holle boom waar hij later gevonden zou worden door Salomon Pattiwaël een oud bediende van de resident. Het kind werd in het oerwoud verstopt en later aan de Nederlandse terug gegeven.
Jean Lubbert van den Berg voegde later bij zijn achternaam “van Saparoea” toe als nagedachtenis aan de enige overlevende van de aanval.
Zijn memories schreef hij op DE TRAGEDIE OP HET EILAND SAPAROEA IN HET JAAR 1817 TIJDENS DEN OPSTAND IN DE MOLUKKEN

Sergeant-majoor Thomas Matulesia later bekend geworden onder de naam Pattimura Muda (Jonge Grootmoedige Bevelhebber),  Pattimura en Kapitan Pattimura.
Pattimura werd in 1973 door de Indonesische regering aangewezen tot nationale held.
De inlanders werden verslagen en Pattimura werd op 12 november 1817 gevangen genomen. Op 16 december 1817 werd hij opgehangen.

Pieter is verwant via Tegelberg, d’Abo en van den Berg.
Van zijn bet-bet-betovergrootmoeder Anna Louise van den Berg haar broer en gezin.


Renée haar voorouders waarvan een broer
 sergeant Petrus Antonius Augustinus Vollaerts
is gesneuveld

Petrus Antonius Augustinus Vollaerts meld zich vrijwillig aan voor het Indisch Leger. Hij sneuvelt en dat heeft gevolgen voor de geschiedenis van Atjeh.

Peter, 19 jaar, meld zich vrijwillig in Haarlem bij het wervingskantoor op 21-08-1895. Voor 6 jaar als soldaat bij het Koloniale troepen zowel binnen en buiten Europa. Welke hij aangaat op 22-08-1895 met 300 gulden handgeld.

Op 22 augustus 1895 meld Peter zich in Harderwijk bij het werfdepot als vrijwilliger voor het koloniale troepen in Indië als soldaat voor een periode van 6 jaar. 
Na een korte opleiding van anderhalf maand in de basis training gaat Peter op 5 oktober 1985 met de trein naar Amsterdam om daar naar de Oost te vertrekken. 

SS Prins Hendrik. 11 november 1895 in Batavia aangekomen

Na zijn 6 contactjaren blijft Peter in Dienst en wordt aangesteld als Sergeant voor 1 jaar en 2 jaar. 

22 Augustus 1903 geëngageerd voor een jaar als Sergeant en op 22 september 1904 voor 2 jaar

Welke gevechtshandeling heeft uitgevoerd wordt in zijn stamboek vreemd genoeg niks geschreven. Het kan zijn dat hij andere taken had. Of dat zijn patrouilles niet vermeld werden. In ieder geval is zijn laatste handeling waar hij bij is gesneuveld wel beschreven in het boek Atjeh van 
H.C. Zengraaf zie hieronder.

Dit drama ontwikkelde zich aldus:
Den 26sten Januari 1905 bivakkeerde eene patrouille onder sergeant Vollaerts, met 16 bajonetten, in de meunasa van Meurandeh Paja, oostelijk van Lho Soekon. De troep had alle veiligheidsmaatregelen verwaarloosd; men liet een aantal gewapende Atjehers die voorgaven, vruchten en kippen te willen verkoopen, binnen den pagger; een paar hunner mochten zelfs de trap beklimmen naar boven, waar de commandant een boek lag te lezen.
Plotseling werd door een Atjeher het signaal gegeven voor den overval; de geheele troep werd met het blanke wapen afgemaakt, de sergeant was de eerste. Van de 17 militairen werden er 16 gedood, slechts I Inlandsch fuselier wist te ontsnappen en vluchtte door de kampong.

Swart joeg met eene patrouille in den gemeensten marsch naar Meurandeh Paja, en hij vond er de 16 lijken, afschuwelijk toegetakeld; het lijk van den sergeant lag boven in de meunasa, het boek naast zich.
De meeste dooden hadden den traditioneelen kap in den hals bij den linkerschouder, de „coup de maitre” van den Atjeher als hij ongehinderd de klewang kan zwaaien. Hij kan niet schermen zooals de marechaussee, doch in dien eenen klap, die bij mannen van wapenen bekend is als „houw bovenop”, is hij een meester, en hij brengt hem toe met zooveel elan dat het wapen langs de linkerzijde van den hals tot diep in de borstholte doordringt en de getroffene meestal in een minuut of tien doodbloedt. De marechaussee doet met de klewang heel wat meer dan de enkele ,,houw bovenop”

Massagraf van Petrus Antonius Augustinus Vollaerts

Zoo vond Swart de 16 lijken, en hij liet ze begraven in een massagraf; daarna begon onmiddellijk het onderzoek naar de aanleggers van den overval. Allerlei verklaringen wezen in de richting van den oeleebalang tjoet van Boeah die het plan zou hebben opgemaakt, doch ook T. Tjhi Toenong werd als aanlegger genoemd. De hemel mag weten wat er juist was is verklaringen van menschen die onder den druk konden staan van iemand die graag zag dat T. Tjhi Toenong uit de streek verdween: diens halfbroer de oeleebalang van Keureutoe.

T. Tjhi Toenong werd opgepakt en terecht gesteld. De dag voor zijn executie bezocht zijn vrouw Tjoet Nja Meuthia en zijn 5 jarig zoontje hem. Hij droeg aan zijn vrouw op om na zijn dood te trouwen en met Pang Nanggru en de strijd voort te zetten. Er volgde 5 jaar een heftige strijd waar nog eens duizenden doden vielen. Ze vluchtte de jungle in. Daar werd ze uiteindelijk na een klopjacht overmeestert en dood geschoten.

Renée is verwant via Wijsman, Vollaerts
Van haar betovergrootvader Augustinus Leonardus Vollaerts zijn broer.

Sergeant Vollaerts in Atjeh

Petrus Antonius Augustinus Vollaerts

Peter is een oom van mijn oma Anna Vollaerts, een broer van mij overgrootvader Augustinus Leonardus Vollaerts.
H.C. Zengraaff schreef in zijn boek Atjeh over Peter Vollaerts

Petrus Antonius Augustinus Vollaerts meld zich vrijwillig aan voor het Indisch Leger. Hij sneuvelt en dat heeft gevolgen voor de geschiedenis van Atjeh.

Petrus Antonius Augustinus (Peter) Vollaerts wordt op 11-05-1876 geboren in Zaandam. Zoon van Augustinus Martinus Vollaerts 1844-1889 en Agnes Kloek 1846-1914.
Het gezin verhuist vanuit Zaandam naar Haarlem waar zijn vader een winkel in chocolade had.

Haarlems Advertentieblad 25 november 1885

Na het overlijden van de vader van Peter, 13 jaar, in 1889 heeft zijn moeder winkels in Haarlem onder de naam Wed. A.M. Vollaerts in Witgoed. Dit is in ondergoed en witte kleding voor de tropen met koloniale waar.
Op de foto onder het pand Spaanwouderstraat 29 op de hoek met de Burgwal en de korte brug.

Beeldarchief NH Spaanwouderstraat 29

Agnes Kloek de moeder van Peter heeft naar het overlijden van haar man verschillende winkels in Haarlem. Nu is er nog steeds een schoenenwinkel in Haarlem SUHZ by Vollaerts op de Grote Houtstraat 31.
Als Peter wordt opgeroepen voor de loting van dienstplicht staat er bij zijn beroep bakker. Ook bij zijn moeder Agnes staat in de adressengids van 1897 het beroep van broodverkoopster. Het kan goed zijn dat Peter zijn broden door zijn moeder liet verkopen.

In winkel van zijn zijn moeder komt Peter in aanraking met koloniale waar thee, koffie en specerijen. In de stad met posters en in kranten werd er geadverteerd om je aan te melden als militair.
Peter, 19 jaar, meld zich vrijwillig in Haarlem bij het wervingskantoor op 21-08-1895. Voor 6 jaar als soldaat bij het Koloniale troepen zowel binnen en buiten Europa. Welke hij aangaat op 22-08-1895 met 300 gulden handgeld.



Peter zijn Loting voor de dienstplicht op 10-12-1895. Hij is absent bij de loting. Hij had zich al aangemeld op 22-08-1895

Volgens de Nederlandse wet mochten er geen dienstplichtige naar Indië gestuurd worden. Militairen werden apart geworven. Gelokt met handgeld en een goed pensioen melden hier veel Nederlanders en Europeanen zich vrijwillig aan. De verliezen waren zelfs groot door gevechtshandelingen maar nog meer door tropische ziekte dat er zelfs Afrikanen uit Elmina Ghana werden geronseld.

Koloniaal werfdepot in Harderwijk

Op 22 augustus 1895 meld Peter zich in Harderwijk bij het werfdepot als vrijwilliger voor het koloniale troepen in Indië als soldaat voor een periode van 6 jaar.
Na een korte opleiding van anderhalf maand in de basis training gaat Peter op 5 oktober 1985 met de trein naar Amsterdam om daar naar de Oost te vertrekken.

Gemeentemuseum Harderwijk, per trein naar Amsterdam
SS Prins Hendrik staat genoteerd boven aan de bladzijde in het stamboek Koloniaal Werfdepot
Vertrokken uit Amsterdam 5 october 1895 aangekomen in Batavia 11 november 1895

Na dat Peter in Batavia is aangekomen op 11 november 1895 wordt er in zijn stamboek geschreven; 24 April 1896 ter inlijving bij de militie. Wat vreemd hieraan is dat hij 5 maanden na zijn aankomst pas bij het leger komt. Het zou kunnen zijn dat hij ziek is geworden op zee en pas na zijn herstel in dienst komt. Na zijn 6 contactjaren blijft Peter in Dienst en wordt aangesteld als Sergeant voor 1 jaar en 2 jaar.

22 Augustus 1903 geëngageerd voor een jaar als Sergeant en op 22 september 1904 voor 2 jaar

Welke gevechtshandeling heeft uitgevoerd wordt in zijn stamboek vreemd genoeg niks geschreven. Het kan zijn dat hij andere taken had. Of dat zijn patrouilles niet vermeld werden. In ieder geval is zijn laatste handeling waar hij bij is gesneuveld wel beschreven in het boek Atjeh van
H.C. Zengraaf.
In de jaren voorafgaande voerde onder leiding van overste van Daalen een terreur bewind uit. Wat inhield dat welk dorp zich verzette uit weg geruimd werd en wie zich onderwierp hiervoor beloond werd. Hierbij zijn duizenden doden gevallen onder de Atjese bevolking.
ook opereerde er kleine legergroepjes die gewapend met marchetti het oerwoud introkken om guerrillastrijders op te sporen en uit te schakelen.

Nederlandse sergeant met zijn inlandse soldaten

Sergeant Gesneuveld 26 Januari 1905 Meurandeh Paja Atjeh

Na de harde acties van van Daalen werd het relatief rustig in Atjeh. Ook in het gebied waar Peter gelegerd was. Oostelijk van Lho Soekon het tegenwoordige Lhokseumawe. Het gebied viel onder de Sultan T. Thji Toenong welke zich 2 jaar eerder had onderworpen aan de Nederlanders.
Toch nam de onrust weer toe, zijn halfbroer T. Tjhi Bentara mengde zich weer in de strijd. Hij leefde in onmin met zijn halfbroer dit kan ook oorzaak zijn geweest van de onrust.
Peter Vollaerts gelegen in Meurandeh Paja in een pagger samen met 16 inlandse bajonetten. Een pagger is een omheining van een aardewal met daarbovenop een afscheiding van bamboe.
Op de 26 ste januari 1905 was het rustig wat als volgt werd omschreven;

Dit drama ontwikkelde zich aldus:
Den 26sten Januari 1905 bivakkeerde eene patrouille onder sergeant Vollaerts, met 16 bajonetten, in de meunasa van Meurandeh Paja, oostelijk van Lho Soekon. De troep had alle veiligheidsmaatregelen verwaarloosd; men liet een aantal gewapende Atjehers die voorgaven, vruchten en kippen te willen verkoopen, binnen den pagger; een paar hunner mochten zelfs de trap beklimmen naar boven, waar de commandant een boek lag te lezen.
Plotseling werd door een Atjeher het signaal gegeven voor den overval; de geheele troep werd met het blanke wapen afgemaakt, de sergeant was de eerste. Van de 17 militairen werden er 16 gedood, slechts I Inlandsch fuselier wist te ontsnappen en vluchtte door de kampong.

foto van een pagger. Deze na een aanval door van Daalen onderaan enkele slachtoffers.

Het bericht werd lopend overgebracht aan kolonel Swart commandant te Lho Seumawe.

Swart joeg met eene patrouille in den gemeensten marsch naar Meurandeh Paja, en hij vond er de 16 lijken, afschuwelijk toegetakeld; het lijk van den sergeant lag boven in de meunasa, het boek naast zich.
De meeste dooden hadden den traditioneelen kap in den hals bij den linkerschouder, de „coup de maitre” van den Atjeher als hij ongehinderd de klewang kan zwaaien. Hij kan niet
schermen zooals de marechaussee, doch in dien eenen klap, die bij mannen van wapenen bekend is als „houw bovenop”, is hij een meester, en hij brengt hem toe met zooveel elan dat het wapen langs de linkerzijde van den hals tot diep in de borstholte doordringt en de getroffene meestal in een minuut of tien doodbloedt. De marechaussee doet met de klewang heel wat meer dan de enkele ,,houw bovenop”

Het massagraf waar Peter Vollaerts is begraven.

Zoo vond Swart de 16 lijken, en hij liet ze begraven in een massagraf; daarna begon onmiddellijk het onderzoek naar de aanleggers van den overval. Allerlei verklaringen wezen in de richting van den oeleebalang tjoet van Boeah die het plan zou hebben opgemaakt, doch ook T. Tjhi Toenong werd als aanlegger genoemd. De hemel mag weten wat er juist was is verklaringen van menschen die onder den druk konden staan van iemand die graag zag dat T. Tjhi Toenong uit de streek verdween: diens halfbroer de oeleebalang van Keureutoe.

In het stamboek waar alle gegevens worden vermeld zie het volgende staan;
2/2-’05 Telegram Gouveneur van Atjeh
7/2-’05 Burgemeester Haarlem bericht dat aan de familie is kennis gegeven van het sneuvelen
29/3-’05 De moeder informeert naar de nalatenschap
25/5-’05 Moeder vraagt kopie van stamboek
19/8-’05 zendt kopie stamboek naar de moeder gezonden
24/10-’05 Opgave nalatenschap, Heeft f 23.03 en pup (?) nagelaten
12/1-’06 f 23.03 en pup aan rechthebbende uitgekeerd

gegeven uit Peter zijn stamboek. Adres van zijn moeder (in rood) veranderd van
Spaanwouderstraat 29 naar Anegang 23, dit is het adres van zijn broer.

Er is voor Peter een monument opgericht in Atjeh. Ook in de kranten verscheen er een bericht over de aanval op het bivak.
hierin is te lezen dat een vertrouwd kamponghoofd heeft aangevallen.
De gevolgen hiervan houden de gemoederen tot op de dag vandaag in Atjeh bezig.

Als Sergeant Peter Vollaerts wel alert geweest was….

Als Sergeant Peter Vollaerts wel alert geweest was en al de veilheidsmaatregelen had uitgevoerd was kans heel groot dat hij de aanval van de Atjees had afgeslagen en vergeldingen waren dan uitgebleven.
Maar nu werd er werd er een verantwoordelijke gezocht en die werd gevonden in de sultan T. Thji Toenong met alle gevolgen van dien.
…… was de geschiedenis wellicht anders gelopen.

Luitenant van Vuuren

Hoe dan ook, het onderzoek toonde aan dat T. Tjhi Toenong in den opzet eene rol had gespeeld, en men besloot hem te arresteeren. Swart liet dit op voorzichtige wijze doen door luit. Van Vuuren (den huidigen professor) toen de Teukoe op 5 Maart 1905 voor gewone zaken te Lho Seumawe kwam. Er waren in het bivak wat soldaten verdekt opgesteld, en toen
T. Tjhi Toenong binnenkwam verzocht Van Vuuren hem, klewang en rentjong af te geven. Hij schrok, doch begreep dat verzet onmogelijk was en gaf zijn wapens over, waarna hij in een arrestantenkamers bleef opgesloten zoolang het onderzoek duurde. Dit werd gehouden door luit. Van Vuuren die vrij goed Atjehsch sprak, en het toonde de schuld van den Teukoe aan. Hij werd ter dood veroordeeld, en dit moest natuurlijk de strop zijn, doch Van Daalen, destijds gouverneur, vond het niet behoorlijk dat een Atjeher die altijd een kranig vechter en aanvoerder was geweest, zou worden opgehangen. Hij had recht op een waardiger dood, en Van Daalen veranderde het vonnis in doodstraf door den kogel.

De dag voor zijn executie bezocht zijn vrouw Tjoet Nja Meuthia en zijn 5 jarig zoontje hem. Hij droeg aan zijn vrouw op om na zijn dood te trouwen en met Pang Nanggru en de strijd voort te zetten. Er volgde 5 jaar een heftige strijd waar nog eens duizenden doden vielen. Ze vluchtte de jungle in. Daar werd ze uiteindelijk na een klopjacht overmeestert en dood geschoten.
De zoon Teuku Radja Sabi ook wel het Adelaarsjong genoemd en de troonopvolger van zijn vader T. Tjhi Toenong bleef met behulp van volgelingen uit handen van de Nederlanders. In 1919 gaf hij zich op 14 jarige leeftijd over.
In 1945-1946 de Merdeka komt het aderlaarsjong Teuku Radja Sabi om het leven. Een groep vrijheidsstrijders weet niet precies wie hij is en verdenkt hem collaboratie en vermoorde hem. Als ze geweten handen dat hij zijn ouders en grootouders in Atjeh tegen de Nederlanders vochten was het anders afgelopen.

In 1975 een artikel van J.H.J Brendgen die het vervolg van het Adelaarsjong opschrijft
Hij refereert ook aan de overval op 26 januari 1905 waarbij Peter Vollaerts sneuvelde.

Tjoet Nja Meuthia de vrouw van T. Tjhi Toenong welke de strijd oppakte na de dood van haar man Is Atjeh een verzetsheldin. Na de soevereiniteitsoverdracht  in 1949 werd in Jakarta het Generaal van Heutzplein omgedoopt in Taman Cut Meutia.
 In 1964 is Meutia verheven tot Pahlawan Nasional (Nationale Heldin) van Indonesië.

In 1969 kreeg Tjoet Nja Meuthia kreeg haar eigen postzegel van 15 roepia. Het is portret van haar waar zij met opgestoken haar wordt afgebeeld.
In 2016 kwam er een bankbiljet van 1000 roepia met haar afbeelding in omloop.
De discussie brak gelijk los of zij als Atjeese moslim hier niet met hoofddoek afgebeeld moet worden.

Petrus Antonius Augustinus Vollaerts de oom van mijn oma zijn handelen en sneuvelen heeft meer om het lijf gehad dat iedereen had kunnen vermoeden.
In de familie werd verteld dat hij een uiltje lag te knappen en toe overvallen werd.

 

Engelandvaarder Martin Vollaerts

Verslag van zijn verhoring door de Nederlandse Inlichtingendienst Binnenlandse Strijdkrachten

De anekdote over de ontmoeting van, oom Tim, Martin Vollaerts met Koningin Wilhelmina welke Engelandvaarder ontmoeten voor een kopje thee gaat als volgt;

W: “u komt uit Nederland vertelt U daar eens over”
M: “ik ben weggegaan omdat ik zoveel zusters heb”
W: “U kunt doorlopen”

1940 Oom Tim met Riek en Adriaan Wijsman, Gijsbrecht van Amstelstraat Haarlem
1945 Martin Vollaerts als militair weer terug in Nederland

Wijsmannen op de Hoogte Kadijk 8 – 1 hoog

Kadijk is de oude benaming voor de zomerdijk aan de westkant van Amsterdam. Door de aanleg van een nieuwe zeedijk kon de Kadijk opgehoogd (Hoogte Kadijk) worden en het gebied gebied na de vierde uitleg (uitbreiding) ontwikkeld worden wat in 1663 was afgerond.

Het huis met nummer 8 is rond 1725 gebouwd en staat op de lijst van rijksmonumenten. Het huis met een halsgevel bestaat uit een souterrain, begaande grond, 1 hoog, 2 hoog bestaat uit 2 etages met een zolder.

De eerste Wijsman die op de Hoogte Kadijk kwam wonen was
Johannes Christoffel Mattheus Wijsman  in 1915.

Copy van de gezinskaart van Johannes Christoffel Mattheus Wijsman
Hoogte kadijk 8 rond 1915 Het linker huis. Deur links gaat naar de boven toe.

De tweede Wijsman die op de Hoogte Kadijk kwam wonen was
Renée Elizabeth Wijsman precies in het zelfde huis 100 jaar later in 2015.


Renée en Pieter 1 hoog Hoogte Kadijk 8

Niet alleen deze 2 Wijsmannen zijn verbonden aan de Hoogte Kadijk. Zo’n 128 jaar eerder dan dat Johannes Christoffel Mattheus Wijsman en 228 jaar voor Renée Elizabeth Wijsman stond voor de Hoogte Kadijk op het Kadijkplein in 1787 al een Wijsman te teken voor een ets.
Jacobus Wijsman tekende daar het huis waar eeuwen later de twee Wijsmannen kwamen te wonen.


Johannes en Renée hebben gewoond in het derde klokgevel huis van links. Er zijn net nog 2 ramen op eerste etage te zien. 

Grenadiers Toon Wijsman en Pieter Douma

Stamboek Regiment Grenadiers

Antonius Albertus Bernardus (Toon) Wijsman en Pieter Douma worden opgeroepen om hun dienstplicht in 1902 en 1901 te vervullen bij de Grenadiers in Den Haag in de Oranje kazerne. Ze staan beide ingeschreven in het zelfde stamboek Regiment Grenadiers.

Rechts Antonius Albertus Bernardus (Anton) Wijsman
Pieter Douma geheel rechts, linksboven zijn zwager Yep Boersma

Het is heel goed mogelijk dat Toon en Pieter elkaar daar in de kazerne hebben ontmoet. De lichting van Anton bestond alleen uit Amsterdammers en die van Pieter uit Friezen. Of er was grote rivaliteit tussen de stadse Amsterdammers en de boeren uit Friesland.

Wat zij nooit konden vermoeden is dat 60 jaar later een kleinkind van ieder met elkaar zouden gaan trouwen.
Adrianus Wilhelmus Johannes (Ad) Wijsman  en Catharina Regina (Tineke) Boekema op 31-10-1961 in Deventer

63888 Douma Pieter
Vader Sieuwke
Moeder Marijke Pietersman
Geboren te Baarderadeel (Friesland)
den 9 Juli 1881
Laatst gewoond te Baarderadeel (H)
Bij zijne aankomst bij het korps lang 1.7 Meter
Aangezicht ovaal
Voorhoofd gewoon
Ogen blauw
Neus gewoon
Mond idem
Haar blond
Wenkbrauwen idem
Merkbare teekenen geen

Den 12 Maart 1901 ingedeeld als loteling van de lichting 1901 uit de gemeente Baarderadeel (Friesland) onder No 8
Den 14 Aug 1902 met groot verlof
Den 10 Februari terug
Den 5 mei 1903 met groot verlof
Den 3 Sept 1906 terug
” 22 ” ” met groot verlof
Den 3 Augs 1908 terug
Den 22 ” met groot verlof

Op 1 Augustus 1909 is Pieter overgegaan als dienstplichtige naar het 2de Bataljon Landweer infanterie. In 1914 is Pieter opgeroepen voor de mobilisatie voor de dreiging van de eerste wereldoorlog. Tijdens zijn legering in Gorinchem is hij overleden als gevolg van buik-tyfus.

Doktersbriefje van overlijden zieken-gasthuis in Gorinchem
64743 Wijsman Antonius Albertus Bernardus
Vader Johannus Bernardus Bartholomeus
Moeder Wilhelmina Cornelia Henrietta Maria Tweehuizen
Geboren Amsterdam (Noord Holl)
den 2 September 1902 1882
Laatst gewoond te Amsterdam (H)
Bij zijne aankomst bij het korps lang 1.765 meter

Er staan bij Anton geen kenmerken ingevuld, evenals bij de rest van zijn lichting

Den 10 Maart 1902 ingedeeld als loteling van de lichting 1902 uit de gemeente Amsterdam (Noord Holland) onder No 330
Den 25sten Juli 1903 met groot verlof
Den 8 Augusus 1905 terug
Den 26 id. 1905 met groot verlof
Den 9 Sept 1907 terug
” 28 ” ” met groot verlof
Den 11 Augs 1909 terug
Den 21 ” met groot verlof
Den 1 Augustus 1910 overgegaan naar het 22/25 ste Bataljon Landweer infanterie.

vierde van links Antonius Albertus Bernardus (Toon) Wijsman


Begin April werd opgeroepen voor een algemene spoorwegstaking. De aanleiding hiervan was dat het recht van staken werd ingeperkt. Het leger werd ingezet om de staking te breken en bezette stations en strategische knooppunten.



Liggend op de voorgrond Antonius Albertus Bernardus (Toon) Wijsman op oefening in Harskamp

Staande links in de witte kiel Antonius Albertus Bernardus (Toon) Wijsman Den haag

Wijsman in het Rijksmuseum

Jacobus Wijsman 1768-1826  graveur etser en schilder

In het Rijksmuseum van Amsterdam hangt een portret gemaakt door Jacobus Wijsman met een afbeelding van Hendrik Willem Caspari eveneens portretschilder en afkomstig uit Wesel Duitsland


Hendrik Willem Caspari getekend door Jacobus Wijsman

Een aantal van zijn werken zijn te bekijken in het Amsterdams Stadsarchief. Wat Jacobus nooit had kunnen vermoeden is dat van zijn ets van het Kadijksplein in één van de huizen op de achtergrond aan de Hoogte Kadijk 8, 2 familie leden in het zelfde huis op 2 hoog hebben gewoond. 


Johannes en Renée hebben gewoond in het derde klokgevel huis van links. Er zijn net nog 2 ramen op eerste etage te zien. 

Na 128 jaar in 1915 Johannes Christoffel Mattheus Wijsman en weer 
100 jaar later 2015 Renée Elizabeth Wijsman

Hoe zit dit nu in elkaar, Renée 1993- is een achter-achter kleindochter van Antonius Wijsman 1882-1970 en Johannes 1876-1943 was een broer van Antonius.
En nu met de schilder, Renée 1993- is de achter-achter kleindochter van Antonius Wijsman 1882-1970. Antonius is een achter-achter-achter kleinzoon van Gerit Jurriaan Wijsman 1760-1808 en Jacobus de schilder was zijn broer. 
Of te wel Renée 1993- is een achter-achter-achter-achter-achter-achter-achter kleindochter van Gerit Jurriaan Wijsman 1760-1808 en Jacobus de schilder was zijn broer. 

Herbergier van de Wildeman

12 generaties terug via Opzeeland naar Schouten, Vollaerts en Wijsman

De Wildeman

Cornelis Willemsz van ZEELAND, herbergier van “de Wildeman” te Schijndel, geboren ca 1595 Overleden ca 1646 te Schijndel.

De herberg “De Wildeman” heeft in Schijndel altijd op de zelfde plaats gestaan van 1568 tot 1936 op de kruising van de Pompstraat en de Hoofdstraat.  Van 1936 tot 1954 van het café modern daarna is er een Herenmodezaak in gekomen.  In de jaren ’70 is er een nieuw pand neergezet met in de gevel een beeld van een wildeman de naam van de Herberg.

De Wildeman tweede huis aan de linkerkant.  

Cornelis leefde aan het einde van de 80-jarige oorlog. Schijndel lag in het buitengebied en werd geteisterd door zowel Spaanse als prins gezinde troepen door plunderingen en vergelding voor steun aan de Spanjaarden. Na de vredes ondertekening op 15 mei 1648 in Munster keerde de de rust terug in Schijndel. 

Van 1636 tot 1637 brak ook nog eens de pest uit in Schijndel hierdoor werd de situatie nog veel beroerde. Een derde van de bevolking stierf. Cornelis en zijn zoon Hendricus overleefde. En staan voor de stamboom Opzeeland.

Hier de herenmodezaak gevestigd in het oude café de Wildeman met op de voorgrond de waterpomp

Niet alleen tijdens de 80-jarige oorlog had Schijndel te lijden onder vreemde troepen. Tijdens de Napoleontische tijd en WO II was het onderdeel van het strijdtoneel.

Op 15 september 1794 vond de slag om Boxtel plaats tussen aan de ene kant Franse en aan de andere kant Hessische en Engelsen troepen. Waarbij de Engelsen vanuit Schijndel hun aanval deden. 


Opmerkelijk is dat in de troepen van de Hesse-Darmstadt divisie ook een andere voorvader een rol speelde Johan Georg (klomp).

Op 22 oktober 1944 werd Schijndel bevrijd van de de Duitsers door Britse en Amerikaanse troepen.

Ook hier tijdens de bevrijding van Zuid Nederland trok de avonturier en Engelandvaarder Martin Vollaerts met de Amerikanen mee als gids/vertaler.   

51e Highland division, huis uiterst rechts De Wildeman
Amerikaanse 101st Airborne Division trekt de Pompstraat in. Links de plek van de Wildeman.   
Streetview van de plaats waar de herberg, cafe De Wideman heeft gestaan

Foto’s komen van theatergroep De Wildeman http://www.theatergroepwildeman.nl/               en Historisch Schijndel http://www.historisch-schijndel.nl/